zaterdag 16 april 2011

#Ding 12 Tweet Tweet

Het is lente. 's Morgens word ik wakker van het getwitter van de vogels in mijn tuin. De lijster en de merel tweeten er op los dat het een lieve lust is. Waar zou het over gaan? Wat ze op dit moment aan het doen zijn? En twitteren andere vogels dan terug wat zij weer aan het doen zijn?

In de loop van de jaren ben ik een liefhebber geworden van de geluiden uit de natuur, en van de stilte. Steeds minder vaak vertoon ik mij in kroegen, op feesten, verjaardagen, en andere sociale ontmoetingsplaatsen. Ik vind het prettig om alleen te zijn, naar binnen te gaan, en te genieten van de rust die dan langzaam ontstaat.
Het moge duidelijk zijn, voor mij geen twitteraccount. Waarom zou ik geinteresseerd zijn in wat andere mensen wanneer en waar doen en met wie? Ik krijg de indruk dat het niet veel anders is dan een schreeuw om aandacht. Maar dat is misschien een te gewaagde uitspraak. Mijn kinderen twitteren trouwens ook niet, en ze doen niets meer op Hyves, en steeds minder op Facebook. Ze spreken liever fysiek af met vrienden in een fysieke kroeg. Ze vinden het gezellig om 's avonds lang aan tafel te zitten en te praten. Jan Klerk, een bekende social media gebruiker binnen bibliotheekland schreef recent op een zijn blog dat hij besloten heeft te gaan minderen daar hij de hele dag in beslag wordt genomen door feeds, twitterberichten, berichten op Facebook en wat dies meer zij. Om 9 uur 's avonds gaan alle computers en mobieltjes uit en wordt er weer een boek gelezen of op de bank gehangen. Daar waar bedrijven de social media ontdekken, lijken we er prive juist terughoudender in te worden.
Maar goed mijn priveredenen staan natuurlijk los van wat we er als bibliotheek mee zouden kunnen dan wel moeten. Het inzetten van twitter als communicatiemiddel moet echter wel goed doordacht worden. Wanneer ik zo eens rondkijk op de sites van andere bibliotheken zie ik dat het over het algemeen een verkorte versie betreft van nieuwsberichten op de website waar nauwelijks op wordt gereageerd. Het is trouwens sowieso lastig om op een instituut te reageren. Het lijkt mij belangrijk dat het duidelijk moet zijn dat er een persoon achter staat. En je moet 7 dagen per week 24 uur per dag beschikbaar zijn. Wanneer iemand op vrijdagavond om 9 uur een tweet stuurt, kun je die niet pas op maandagmorgen om 9 uur beantwoorden. Dit vraagt dus ook een aanpassing van je personeelsbeleid.
Maar nu weer terug naar de tweets in mijn tuin. Het is tenslotte lente!

7 opmerkingen:

jose zei

ik ben het helemaal met je eens

jose zei

ik ben het helemaal met je eens

Anoniem zei

ik ben ook helemaal met je eens, zou je tekst zo kunnen overnemen voor op mijn blog.......

de zomerbibliothecaresse zei

Leuk om reacties te lezen van mensen die je verder niet kent.
Wanneer ik zo diverse blogs lees, zijn veel mensen niet zo gecharmeerd van twitter. Interessant!

Leo zei

"Ik krijg de indruk dat het niet veel anders is dan een schreeuw om aandacht. Maar dat is misschien een te gewaagde uitspraak."
Ja, dat is het zeker.Want kijk maar wat juist een serieus man als Klerk schrijft.Het is niet omdat hij het oppervlakkig vindt, nee, het is hem te veel.Hij heeft last van het StineJensen-syndroom gekregen, juist omdat hij een voorloper is. Het zit hem ook hier in gematigd gebruik.en dan raak je al dan niet genspireerd.Ik heb nog geen sociaal internetmedium gezien waar je zo snel en zo goed geinformeerd kan raken als Twitter.Maar dat het netje, net als de zaterdagkrant,na een uur te veel kan worden, dat is helemaal war.

de zomerbibliothecaresse zei

Nou vooruit Leo, 10% is wellicht informatief, maar 90% toch zeker de schreeuw om aandacht.
Ik ben overigens niet de enigste die dit opmerkt. Dat is toch interessant niet waar?

Leo zei

Ja heel interessant, natuurlijk!Maar het mooie van Twitteren blijft toch dat jezelf je mensen/instellingen kunt uitzoeken met wie je wil omgaan en dus op zoek kunt gaan naar serieuze volgers en twitteraars.En wie zijn er nu serieuzer dan bibliotheekmedewerkers.
Maar goed,zelf Twitter ik ook weinig-zit een beetje met wat Jan Klerk beschrijft.